Een verassende oorsprong in een kerkgemeente

Wunderbier is ontstaan binnen een kerkgemeenschap, is dat niet tegenstrijdig? Alcohol en het christelijk geloof, dat kan toch niet samengaan?!

Laten we vooropstellen dat overmatig alcoholgebruik absoluut tot verschillende ernstige problemen kan leiden en dat daarom voorzichtigheid en vooral matiging bij het drinken van bier zeker aan te raden is. Of alcoholgebruik in principe problematisch is vanuit religieus oogpunt, is echter zeer de vraag.

Waarschuwingen en negatieve beelden

“Word wakker, dronkaards, en huil! Jammer allemaal, drinkers!” (Joël 1:5). Op het eerste gezicht waarschuwt de oudtestamentische profeet Joël hier voor de gevolgen van een sprinkhanenplaag – de wijnstokken zijn vernietigd, er is in de toekomst niets meer te drinken. Maar als we deze woorden uit hun context halen, kunnen ze ook gemakkelijk worden opgevat als een goddelijke waarschuwing tegen (overmatig) alcoholgebruik: de “drinker” heeft bij God niets te lachen.

Het gouden kalf

Dit vers laat al zien dat de Bijbel geen eenduidig beeld schetst over alcohol. Op sommige plaatsen wordt consumptie in een negatief daglicht gesteld en bijna gedemoniseerd. Andere passages in de Bijbel spreken daarentegen juist positief over alcohol.

“Ga niet om met wijnzuiplappen”, staat er in het boek Spreuken (Spreuken 23:20); “Wordt niet dronken van wijn – dat maakt losbandig”, waarschuwt ook de apostel Paulus (Efeziërs 5:18). Dergelijke waarschuwingen komen niet uit de lucht vallen, want alcohol had in bijbelse tijden meerdere malen onheil veroorzaakt. Zo leidde consumptie bijvoorbeeld tot incest, toen de dochters van Lot zwanger werden van hun dronken vader (Genesis 19:31-38).

Of tot goddelijke straf, toen Israël dronk en zich vermaakte terwijl het het gouden kalf aanbad, en duizenden zondaars stierven (Exodus 32). De profeet Jesaja hekelt ook duidelijk alcoholisme wanneer hij schrijft: “Wee jullie, die al vroeg in de ochtend achter het bier aan zitten en tot laat in de nacht blijven zitten, wanneer de wijn jullie opwarmt” (Jesaja 5:11).

Voor Paulus zijn drinkgelagen niets anders dan een verderfelijke “daad van het vlees” (Galaten 5:19). En in de eerste brief aan de Korinthiërs worden drinkers zelfs op één lijn gesteld met misdadigers zoals dieven en “kindermisbruikers”; net als zij zullen zij het koninkrijk van God niet beërven (1 Korinthiërs 6,9f).

Positieve kanten van alcohol in de Bijbel

Maar de Bijbel laat ook de zogenaamd goede kanten van alcohol zien. Volgens het boek Psalmen is het God zelf die de wijn laat groeien, zodat deze “het hart van de mens verblijdt” (Psalmen 104:15). In de eerste brief aan Timotheüs wordt wijn zelfs een medisch nut toegeschreven (1 Timoteüs 5:23).

En dan is er nog Jezus zelf. Zijn eerste – en misschien wel bekendste – wonder betrof de verandering van (veel!) water in (veel!) wijn tijdens de bruiloft in Kana (Johannes 2:1-10). De Bijbel vertelt verder dat Jezus graag naar feesten ging en daar at en dronk; dat leidde tot verwijten van zijn tegenstanders, die hem een “vreetzak en dronkaard” noemden (Lucas 7:34).

Bovendien gebruikt Jezus in zijn gelijkenissen steeds weer beelden uit de wijncultuur: hij noemt zichzelf de wijnstok, de gelovigen de ranken (Johannes 15:5), of hij vergelijkt God met een wijngaardbezitter (Mattheüs 20:1-16).

Jezus verandert water in wijn- tijdens de bruiloft in Kana

En niet te vergeten: het laatste avondmaal op Witte Donderdag en de instelling van de eucharistie door Jezus. Daarover berichten de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en de eerste brief aan de Korinthiërs. De kelk met wijn – het bloed van Christus – werd het teken van het nieuwe verbond met God en een onmisbaar element van de kerkelijke liturgie.

Alcohol in de geschiedenis van de kerk

Gezien het ambivalente beeld dat de Bijbel schetst, was de kwestie van alcoholgebruik in de oude kerk niet onomstreden. Alcoholgebruik was weliswaar heel gewoon onder de vroege christenen, maar er waren ook stemmen die ervoor waarschuwden. Zo spoorde bijvoorbeeld kerkvader Clemens van Alexandrië (150 tot 219) aan om af te zien van alcohol, omdat dit schadelijke gevolgen zou hebben voor lichaam en geest.

Dom Pérignon (1638 - 1715)

Maar ondanks menige waarschuwing waren het vooral de christelijke kloosters die zich al vroeg toelegden op de productie van alcoholische dranken. Vanaf de vroege middeleeuwen namen christelijke ordes zoals de benedictijnen bijvoorbeeld het voortouw in de wijnproductie en verfijnden ze de technieken voor de teelt, de oogst en het persen steeds verder.

In de loop van de tijd gebruikten de ordes hun expertise ook voor de ontwikkeling van nieuwe alcoholische dranken. Zo wordt een Franse benedictijnse monnik genaamd Pierre Pérignon (1638 tot 1715) beschouwd als pionier op het gebied van de flesgisting voor de productie van mousserende wijn. Naar hem is het wereldberoemde champagnemerk “Dom Pérignon” vernoemd.

Bier als kloostertraditie

Naast wijn lag ook de productie van bier al vroeg in handen van kloosterlingen. Middeleeuwse kloosters ontwikkelden de normen voor het brouwen van bier die vandaag de dag nog steeds gelden.

De oudste bewaard gebleven tekeningen van een moderne brouwerij zijn afkomstig uit de Zwitserse prinselijke abdij van St. Gallen uit het jaar 820. De benedictijn en bisschop Arnulf van Soissons (1040 tot 1087) wordt beschouwd als de uitvinder van het filtratieproces bij de bierproductie.

Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom de heilige – samen met zijn naamgenoot Arnulf van Metz (582 tot 640), allebeide in de volksmond “bierheiligen” genoemd – de beschermheilige van de bierbrouwers is. Er zijn talloze afbeeldingen van hem – met zijn herkenningsteken, de brouwschep of zelfs bij het drinken van bier.

De kloosters in Beieren speelden echter de meest bepalende rol in dit proces. Tot in de 14e eeuw waren monniken en nonnen daar de enigen die bier mochten brouwen, schenken en verkopen. Ook vandaag de dag bevindt het overgrote deel van de oudste nog in bedrijf zijnde kloosterbrouwerijen zich in Beieren, met het klooster Weltenburg als wereldwijd oudste!

Een verzameling bierheilligen - met onder andere Sint Nicolaas
Klooster Weltenburg - waar sinds de 7e eeuw bier wordt gebrouwen

Voor de ordes was het brouwen van bier niet alleen een belangrijke bron van inkomsten, ze produceerden ook voor eigen gebruik.

Tijdens de vastentijd was (sterk) bier, de sterkste voedende vloeistof met de meeste calorieën, bijvoorbeeld een belangrijk voedingsmiddel, omdat de regel “Liquida non frangunt ieunum” – “Vloeistoffen verbreken het vasten niet” gold. Daarom wordt bier in Duitsland tot op de dag van vandaag vaak “vloeibaar brood” genoemd.

Gezien het vaak vervuilde drinkwater grepen mensen in vroegere eeuwen sowieso vaker naar alcoholische dranken om hun gezondheid niet in gevaar te brengen. Bovendien zag men alcohol als een geneesmiddel – menig bierheilige van de katholieke kerk werd heilig verklaard omdat het door hem gezegende bier zieke mensen weer gezond maakte. Dat is logisch, want het brouwproces doodt alle ziektekiemen – ook al was het alcoholgehalte toen nog veel lager.

Van de heilige Hildegard van Bingen (1098 tot 1179) is het volgende gezegde overgeleverd: “Wijn is medicijn. Bier is een drank. Water is om mee te wassen.”

En de reformator Maarten Luther, sowieso een groot bierliefhebber, zei altijd spijtig: “Wie geen bier heeft, heeft niets te drinken!”

Om die reden kijkt de Lutherse kerk in Duitsland, vergeleken met de Protestantse kerken in Nederland, sowieso veel genuanceerder tegen alle vreugden van het leven, waaronder het drinken van bier, aan. Zo bestaan er meerdere, deels door de kerk of kerkgemeenschappen (mede)gebrouwen, “Luther-bieren” en is het er ook helemaal niet ongebruikelijk, bij kerkelijke feesten en bijeenkomsten, ook (alcoholvrij) bier te schenken.

“Wer kein Bier hat, hat nichts zu trinken’ - Maarten Luther

Alcoholgebruik vandaag: een balans

De geschiedenis van het christendom is dus zeker verbonden met de geschiedenis van alcohol en in het bijzonder met die van bier. Maar betekent dit dat consumptie in de ogen van de kerk als onproblematisch wordt beschouwd? Niet helemaal. De kerk verbiedt weliswaar niet de consumptie van alcohol, maar ze maant duidelijk aan om matig te zijn, vooral met het oog op de eigen gezondheid en die van andere mensen.

Bier en de hemel?

In een bekend drinklied staat: “In de hemel is er geen bier, daarom drinken we het hier.” Of dit idee van een alcoholvrij hiernamaals echter overeenkomt met de waarheid, valt te betwijfelen. Want Jezus zelf zei: ”Ik zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot de dag dat ik opnieuw ervan drink in het koninkrijk van God” (Marcus 14:25).

Genieten met verstand en traditie

Of je nu een gelovige bent of gewoon liefhebber van goed bier – het verhaal van alcohol in het christendom laat zien dat matiging en dankbaarheid hand in hand kunnen gaan. Bij Wunderbier dragen we die traditie met trots verder: eerlijke, ambachtelijke bieren, met oog voor mens, geloof en gemeenschap.


Proost!

Deel dit verhaal, kies je platform!